Ga naar de inhoud
Home » Blogs » Problematische jeugdgroepen; een introductie

Problematische jeugdgroepen; een introductie

Eva van Florestein

Problematische jeugdgroepen

“Wellicht ziet u ze bij u in de buurt; groepen jongeren die rondhangen. Veelal zoeken ze plekken uit zoals de ingang van het winkelcentrum, een park of het plein. Vaak klagen de buurtbewoners over geluidsoverlast of ervaren hinder van deze hangjongeren. De politie kan echter alleen ingrijpen als er daadwerkelijk strafbare feiten worden gepleegd. Bijvoorbeeld als deze jongeren vernielingen aanrichten.”

Het stuk tekst hierboven is de omschrijving die de politie geeft over hangjongeren. Er zijn verschillende maatregelen die politie kan inzetten om de overlast van hangjongeren te verminderen. Deze maatregelen zijn erg uitlopend van een gebiedsverbod instellen voor jeugd die op straat voortdurend overlast veroorzaken tot het inzetten van een ‘mosquitosysteem’ in de openbare ruimte wat onaangenaam zoemgeluid veroorzaakt wat vervelend is voor jongeren.
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) gebruikt in de rapportage uit 2016 drie soorten problematische jeugdgroepen die Beke, Van Wijk en Ferwerda (2006) onderscheiden: hinderlijke jeugdgroepen, overlast gevende jeugdgroepen en criminele jeugdgroepen.

Hangjongeren

In de komende weken zullen wij in verschillende artikelen deze problematische jeugdgroepen onder de loep nemen. In dit artikel geven wij vast een introductie:
De belangrijkste bezigheid van de hinderlijke jeugdgroep bestaat uit het (on)bewust veroorzaken van overlast en hinder voor hun omgeving. Over het algemeen is de groep nog voldoende ‘autoriteitsgevoelig’ en aanspreekbaar op zijn gedrag. Deze tweede categorie maakt zich vooral schuldig aan verschillende vormen van hinderlijk gedrag en de groepsleden zijn minder goed te corrigeren. De lichtere vormen van criminaliteit waar de groep zich schuldig aan maakt, worden meer doelbewust gepleegd. De criminele jeugdgroep bestaat (in ieder geval voor een deel) uit jongeren die op het criminele pad zijn geraakt en al vaker met de politie in aanraking zijn gekomen. De maatregelen tegen deze jeugdgroepen kunnen ook in drie categorieën ingedeeld worden: domeingerichte, groepsgerichte en persoonsgerichte maatregelen.

In een analyse van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de omstandigheden die van invloed zijn op de overlast van jongeren wordt gesteld dat ‘jongerenoverlast’ in het verleden vooral het conflict der generaties was, nu klinkt er ook in toenemende mate een etnisch-culturele component in door. Er zijn drie verschillende benaderingen voor beleid die aan bod komen. Allereerst bronbeleid wat te maken heeft met de bron van de overlast: de jongeren zelf. Vooral in situaties waar er nadrukkelijk veel overlast gevend gedrag is en waar ook veel overlast wordt ervaren door bewoners, is dat de voorkeursbenadering. Er wordt veel aandacht gegeven aan de identificatie van jeugdgroepen en er worden interventies ontwikkeld die ofwel meer op repressie ofwel meer op preventie zijn gericht. Dankzij gebiedsgericht beleid kan bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden worden voorkomen dat onbedoeld situaties worden gecreëerd waarbij het ontstaan van jongerenoverlast haast onontkoombaar is. De derde benadering die van belang is – gebieds- en doelgroepgericht beleid – is meer gericht op de mensen die overlast ervaren. Deze benadering is vooral zinvol in gebieden waar het met het feitelijk overlast gevend gedrag wel mee lijkt te vallen, maar waar door bewoners verhoudingsgewijs wel veel overlast wordt ervaren.

De volgende artikelen in deze serie over hangjongeren gaan aan de hand van praktijkvoorbeelden dieper in op de verschillende jeugdgroepen.